De Nicaraguaanse economie groeide in 2001 met slechts 2 procent (in 2000 was dit nog 4,1 procent). Als gevolg van de bevolkingsgroei daalde het inkomen per hoofd van de bevolking. De lichte groei van de economie is terug te voeren op een goede graanoogst, het handhaven van het productieniveau in de lichte industrie en een kleine opleving in de handel en de bouwsector. Van de exportsectoren deed vooral de koffie het slecht. Het exportvolume daalde met ruim veertig procent bij de prijzen die ca. dertig procent lager waren dan in 2000. De nieuwe regering zet zich sterk in voor het aantrekken van buitenlandse investeringen.

De koffieprijzen zijn laag
De verkiezingen hebben ook hun weerslag gehad op de economische ontwikkelingen. De samenwerking met het IMF had sinds juli 2001 reeds de vorm van een staff monitored program (SMP) nadat Nicaragua als gevolg van een financiële crisis in de bankensector, alsmede de ongunstige externe omgeving, enkele benchmarks van het lopende ESAF/PRGF programma niet had gehaald. In november werd bekend dat Nicaragua -als gevolg van tekortschietend intern beleid in combinatie met de ongunstige externe omstandigheden- de doelstellingen van het SMP ook niet had gehaald. President Bolaños heeft afspraken gemaakt met het IMF die moeten resulteren in een nieuwe PRGF overeenkomst in zomer 2002.